Post-Vaccinaal Syndroom

Rode hond

De ziekte

Rode hond is een goedaardige virus ziekte die kinderen en jong volwassenen treft. Het geeft een beetje koorts, een kenmerkende zwelling van de halsklieren, soms een licht uitslag, duurt slechts enkele dagen en verloopt vaak onopgemerkt. De ziekte wordt overgedragen door kleine speekselbolletjes in de lucht. Er treden zelden complicaties op zoals een lichte gewrichtsontsteking of goedaardige meningitis. Bij volwassenen kunnen ook gewrichtsontstekingen optreden. Het enigste probleem is echter dat de ziekte vrouwen kan treffen in het begin van hun zwangerschap (de eerste vier maanden). De ziekte kan dan oorzaak zijn van een miskraam of cataract (troebele ooglens), gehoorstoornissen, een geestelijke handicap en hartafwijkingen. De immuniteit door de ziekte zelf is levenslang. Voor de invoering van de vaccinatie was 90% van de volwassenen bevolking blijvend beschermd.

Het vaccin

Het vaccin dat gemaakt wordt van een levend verzwakt virus gekweekt op menselijke cellen geeft een minder efficinte en minder blijvende immuniteit als de ziekte zelf. Uit de ervaringen met dit vaccin in Amerika begonnen in 1970 blijkt, net als voor de mazelen, na een aanvankelijke daling, een verschuiving van de ziekte op te treden naar de volwassen leeftijd en naar de pasgeborenen. Vervolgens kan er, net als bij de mazelen, een toename van de ziekte optreden onder gevaccineerden, omdat er te weinig natuurlijk virus meer in omloop is. Een enkele vaccinatie is voldoende als die in de puberteit of op volwassen leeftijd gegeven wordt. Doordat het vaccin slechts in de combinatie BMR in de vroege kinderjaren toegediend wordt, krijgt elk kind het vaccin twee maal.

De behandeling

Zowel in de allopathische als de homeopathische geneeskunde wordt rode hond normaal gesproken niet behandeld.

Bijwerkingen

Als bijwerking van het vaccin zien we vooral gewrichtspijnen die zich kunnen ontwikkelen tot chronische reumatische aandoeningen. Het vaccin kan ook afwijkingen aan het ongeboren kind gevenals zwangere vrouwen gent worden, wat natuurlijk vermeden dient te worden. Maar het vaccin kan ook afwijkingen veroorzaken als het te kort voor een zwangerschap gegeven wordt. Ikzelf zag in mijn praktijk een kind dat vanaf de geboorte autistisch was. De moeder had kort voor deze zwangerschap het rode hond vaccin gehad. En een andere moeder kreeg ook een autistisch kind vanaf de geboorte omdat haar zoontje in het begin van de zwangerschap rode hond kreeg. De moeder had wel voldoende antilichamen om niet ziek te worden, maar werd natuurlijk wel besmet en maakte extra antilichamen tegen de ziekte aan. Het is overigens bekend dat de BMR autisme, ADHD en andere gedragsstoornissenkan veroorzaken, hoewel dat officieel steeds ontkend wordt.

Wat is wijs?

Wat de rode hond betreft is het belangrijk dat jonge vrouwen tegen deze ziekte beschermd zijn. Om te voorkomen dat een kleine groep zwangeren toch besmet wordt is de 'haard immuniteit' van belang. D.w.z. zorgen dat rode hond nauwelijks nog voorkomt onder de bevolking, zodat het besmettingsgevaar uitermate klein wordt. Inenten tegen de rode hond, ook van jongens, is dus vooral een sociale enting. De ziekte verloopt vaak onopgemerkt. Jonge vrouwen die niet gevaccineerd zijn tegen rode hond, doen er goed aan eerst hun antilichamen tegen deze ziekte te laten bepalen en zo nodig alsnog een BMR te laten spuiten, homeopathisch begeleid en met extra Vitamine C. Na vaccinatie dient zwangerschap tenminste 3 maanden vermeden te worden.

Voor verdere informatie kunt u lezen: Ziektes en vaccins nader bekeken, uitgegeven door de Nederlandse Vereniging Kritisch Prikken, juni 2001

Literatuur

  1. Dr. Franois Choffat, Le droit de choisir; Jouvence Editions, ISBN 2-88353-222-2
  2. Groupe mdical de rflexion sur les vaccins; Vaccinations, pour un choix personalis. Lausanne, novembre 2000